Wordt het Didam-arrest afgezwakt?

De regels van het Didamarrest van de Hoge Raad uit 2021  moeten worden verduidelijkt en beperkt. Dat adviseert advocaat-generaal Snijders aan de Hoge Raad in zijn conclusie van 24 mei 2024 in de bodemprocedure van de Didamzaak.

Didam-arrest uit 2021
Iedereen die zich bezighoudt met gebiedsontwikkeling weet wat de verregaande gevolgen waren van het zogenoemde Didam-arrest. Wat waren die gevolgen ook alweer?
Bij verkoop van onroerende zaken door een overheid moest aan potentiele gedadigden de kans worden geboden om mee te dingen naar het te verkopen onroerend goed. Eén op één contracteren met een marktpartij mocht niet meer. In plaats daarvan moest een openbare selectieprocedure worden georganiseerd, tenzij op basis van objectieve en redelijke criteria op voorhand vaststond dat er maar één serieuze gegagdige was.

AG Snijders pleit voor afzwakking Didam
De didam-zaak die heeft geleid tot het Didam-arrest betrof een tot de Hoge Raad uitgeprocedeerde kortgeding-procedure. Partijen hadden ook een bodemprocedure aanhangig gemaakt. In het kader van die bodemprocedure heeft Advocaat-Generaal (AG) Snijders op 24 mei een conclusie uitgebracht en zodoende de Hoge Raad geadviseerd hoe hij moet oordelen over de Didam-regels. Opvallend is dat de advocaat-generaal pleit voor een afzwakking van de strenge Didam-regels.

Minder strikte benadering gelijkheidsbeginsel
Als de overheid een goede reden heeft om met een bepaalde gegadigde in zee te gaan, kan dat een redelijke en objectieve rechtvaardiging opleveren voor een verschil in behandeling ten opzichte van andere gegadigden. Aangenomen moet daarom worden dat de Didamregels in dat geval niet gelden, ook al zegt het Didamarrest dat niet met zoveel woorden. De overheid hoeft dan niet alsnog een openbare selectieprocedure op te tuigen om te bezien of er nog meer belangstellenden zijn. Aldus adviseert AG- Snijders. Een dergelijke benadering zou de beleidsvrijheid van overheden om privaatrechtelijke overeenkomsten aan te gaan met de in hun ogen beste partij weer als uitgangspunt vooropstellen.

Gesloten overeenkomsten in strijd met Didam blijven geldig, maar wellicht schadevergoeding
Volgens de AG is overeenkomst niet ongeldig alleen vanwege het feit dat die overeenkomst in strijd met de Didamregels tot stand is gekomen. Een overheid die niet deugdelijk kan uitleggen waarom zij juist met die ene partij in zee is gegaan, kan wel aansprakelijk zijn jegens een gegadigde op grond van onrechtmatige daad. Het onrechtmatig handelen kan dan uitsluitend leiden tot schadevergoeding, maar niet tot ongeldigheid van de overeenkomst. Ook ten aanzien van dit aspect vaart AG Snijders een overheidsvriendelijkere koers dan de huidige lagere rechters.

Hoge Raad verzocht om duidelijkheid
Hoewel de procedure bij de Hoge Raad daar niet direct over gaat, is in de praktijk wel veel onduidelijkheid bij welke zaken de Didam-regels gelden (alleen bij vastgoed of ook andere zaken?). De AG adviseert de Hoge Raad in het aankomende arrest daarom ook om te verduidelijken op welke handelingen en goederen van de overheid de Didamregels nog meer van toepassing zijn en op welke wijzen gelijke kansen kunnen worden geboden bij de toepassing van die regels. Op 25 oktober 2024 zal de Hoge Raad arrest wijzen.