Kamerbrief van 7 juli van de minister over de Warmtewet

De minister van Economische Zaken heeft bij brief van 7 juli 2014 (bijgaand) gereageerd op de knelpunten die zijn ontstaan naar aanleiding van de invoering van de Warmtewet op 1 januari 2014. De praktijk zat al enige tijd met smart op de brief te wachten. Welke oplossingen biedt de minister?

Kostenontwikkeling warmtelevering

De minister beschrijft eerst de prijsontwikkeling van warmte in 2014 ten opzicht van 2013. De totale jaarkosten voor warmte in 2014 zijn volgens de minister vergelijkbaar met de jaarkosten van 2013. De vaste kosten zijn gestegen, maar de variabele kosten zijn gedaald, waardoor de totale  jaarkosten ongeveer gelijk zijn gebleven.

Verenigingen van Eigenaren

De minister kondigt aan de Warmtewet aan te passen door VvE’s met gebouw gebonden installaties (zoals blokverwarming) uit te zonderen van de verplichtingen uit de Warmtewet. De appartementseigenaren in een VvE zijn niet te vergelijken met andere verbruikers van warmte omdat zij stemrecht hebben binnen de VvE en uiteindelijk zelf alle met de warmtelevering verbonden kosten, ongeacht de wettelijke  maximumprijs, zullen moeten betalen.

VvE’s met verhuurde appartementen

Deze uitzondering geldt niet voor woningcorporaties met zogenaamd gemengd bezit. De minister zal met Aedes en De Nederlandse Woonbond overleggen over hoe de Warmtewet aangepast moet worden voor de situatie dat een woningcorporatie een deel van de woningen in een in appartementen gesplitst complex heeft verkocht  en een ander deel heeft verhuurd. Voor dit knelpunt zullen we dus nog op een definitieve oplossing moeten wachten.

Commercieel vastgoed (kantoren en winkels)

Verhuurders van commercieel vastgoed met gebouw gebonden installaties vallen onder de Warmtewet. Ondanks de bezwaren daartegen van de commerciële vastgoedorganisaties, zal de wet niet worden aangepast, omdat blokverwarming onder de reikwijdte van de Warmtewet valt en veel huurders van dergelijke kantoor- en winkelcomplexen verbruikers zijn in de zin van de Warmtewet.

Aanpassing maximumprijsformule

De Warmtewet hanteert een maximumprijsformule waarvoor parameters zijn vastgesteld en opgenomen in de Warmteregeling. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft een rapportage opgesteld over de ontwikkeling van de parameters. De minister zal aan de hand van deze rapportage de Warmteregeling herzien.

Correctiefactoren

Tot nu toe werd ervan uitgegaan dat correctiefactoren niet meer mogen worden toegepast. Er zijn in de praktijk drie vormen van correctiefactoren:

  1. Correctiefactoren toegepast om het verschil in verbruik dat gerelateerd is aan de ligging van de woning binnen een appartementencomplex te compenseren (liggingscorrectie). Een woning op de bovenste etage van een complex verbruikt meer warmte dan een appartement in het midden van het complex.
  2. Correctiefactoren gebruikt om warmteverlies via transportleidingen om te slaan. Woningen worden door deze leidingen via de muren, vloeren en plafonds verwarmd zonder dat de bewoner zijn radiator hoeft aan te zetten als de buurman aan het stoken is. De leidingen geven dan warmte af aan de andere woningen.
  3. Correctiefactoren om warmteverlies bij collectieve ketelinstallaties in het ketelhuis om te slaan.

De minister kondigt aan het toch mogelijk te maken om te corrigeren op grond van de ligging van een appartement (ad 1) en op grond van warmteverlies via transportleidingen  (ad 2). Correctie voor warmteverlies in het ketelhuis (ad 3) zal niet worden toegestaan, omdat dit verlies niet herleid kan worden tot het stookgedrag van de individuele verbruikers.

Kosten van warmtekostenverdelers

De minister wil in de nieuwe warmtewet 2014 opnemen dat de kosten voor warmtekostenverdelers doorberekend kunnen worden aan de verbruikers, omdat het in de praktijk moeilijk is gebleken om de verrekening van deze kosten via de servicekosten te laten plaatsvinden. De doorberekende kosten moeten redelijk zijn en gebaseerd zijn op het ´Niet Meer Dan Anders´-principe.

Verplichte warmtemeter bij centrale installatie

De minister wil omwille van de transparantie en het voorkomen van onnauwkeurigheden een verplichting tot het installeren van een Gigajoulemeter bij de centrale installatie opnemen in de wet. Het aldaar gemeten verbruik mag niet altijd een op een aan de verbruikers worden doorberekend. Dat geldt voor bijvoorbeeld warmteverlies bij het transport naar de woningen.

Wijziging definitie warmtewisselaar en afleverset

De definitie van de termen warmtewisselaar en afleverset zullen worden verduidelijkt zodat de voor de warmtelevering  noodzakelijke onderdelen niet meer buiten het huidige begrip warmtewisselaar vallen. De wetgever heeft met de term warmtewisselaar een afleverset (warmtewisselaar inclusief buizen en aanvullende onderdelen) bedoeld, maar zonder de eventuele meter.

Ernstige storing en kwaliteitseisen

Verder zal de ACM een beleidsregel opstellen over de invulling van het begrip ‘ernstige storing’ (van belang voor het eventueel uitbetalen van een compensatievergoeding aan verbruikers) en is de minister in gesprek met de minister van Wonen en Rijksdienst over de het stellen van kwaliteitseisen aan warmte-installaties in woningen.

De minister verwacht in het voorjaar van 2015 een voorstel tot wijziging van de Warmtewet bij de Tweede kamer in te dienen.