Huurprijsbeleid woonruimte 2017/2018

Onlangs publiceerde minister Blok zijn jaarlijkse circulaire over het huurprijsbeleid. Toen wist hij nog niet dat het zo ongeveer zijn laatste daad als minister van Wonen en Rijksdienst zou zijn. Enkele dagen nadien volgde hij de afgetreden minister van Justitie Van der Steur op. De circulaire bevat alle wijzigingen met betrekking tot de huurprijzen vanaf 1 januari 2017. In dit artikel zetten wij deze voor u op een rij.

Jaarlijkse huurverhoging

2017 is het eerste huurjaar, waarin de huurprijsregelingen in de vorig jaar aangenomen Wet Doorstroming Huurmarkt van toepassing zijn. We zien in de eerste plaats een verschillende benadering voor woningcorporaties enerzijds en alle andere verhuurders anderzijds. Woningcorporaties zijn aan meer regels gebonden dan de andere verhuurders. Voor woningcorporaties geldt namelijk de zogenaamde huursombenadering.

Alle verhuurders behalve woningcorporaties

De huurverhoging van 1 juli 2017 is gemaximeerd tot de inflatie over 2016 (0,3%) plus 2,5 %, dus totaal 2,8%.

Dit jaar geldt voor het eerst de zogenaamde ‘inkomenstoets’. Voor huishoudens met een inkomen boven € 40.349,- mag een grotere huurverhoging worden voorgesteld, namelijk van inflatie over 2016 plus 4%, dus 4,3%. In feite is de inkomenstoets een voortzetting van de inkomensafhankelijke huurverhoging die in 2013 is geïntroduceerd. Er is wel een verschil. Voor 2017 waren er twee verschillende inkomensgrenzen en twee verschillende huurverhogingspercentages. Sinds dit jaar is dat nog maar één inkomensgrens en één huurverhogingspercentage. De periode om via een special webportal van de belastingdienst een verklaring over het inkomen van de huurder te verkrijgen is aanzienlijk verruimd. Er kan nu in de periode 1 februari 2017 tot 12 december 2017 een account worden aangevraagd door verhuurders.

Er zijn vier groepen die zijn uitgezonderd van de inkomenstoets: pensioengerechtigden (AOW’ers), grote gezinnen van vier of meer personen, chronisch zieken en gehandicapten. Voor hen geldt de gewone maximale huurverhoging van 2,8%.

Woningcorporaties

Voor woningcorporaties gelden bovenstaande regels ook, maar er zijn enkele beperkingen.

De belangrijkste beperking is dat woningcorporaties gebonden zijn aan de huursombenadering: de totale door corporaties te ontvangen huursom van alle huurders mag met niet meer worden verhoogd dan het inflatiepercentage over 2016 plus 1%, dus 1,3%. Harmonisatieverhogingen (een hogere huurprijs voor nieuwe huurders) tellen hierbij mee. Dit maakt de manoeuvreerruimte voor corporaties een stuk kleiner dan die voor andere verhuurders.

Maximale huurprijsgrenzen en liberalisatiegrens

De liberalisatiegrens blijft op 1 juli 2017 gelijk aan de voordien geldende liberalisatiegrens: € 710,68 per maand. Dat komt overeen met 145 punten of meer. Sinds 2016 wordt de liberalisatiegrens bevroren. Ook in 2018 zal de liberalisatiegrens worden bevroren. Het is de vraag of het na 15 maart 2017 te formeren kabinet dit handhaaft.

De maximale huurprijsgrenzen volgens het woningwaarderingsstelsel worden per 1 juli 2017 verhoogd met het inflatiepercentage (0,3%). Dat betekent dat de huurprijzen van woningen die al op het maximum zitten met niet meer dan 0,3% kunnen worden verhoogd.

Onzelfstandige woonruimte

Voor onzelfstandige woonruimte gelden andere percentages. De maximale huurverhoging bedraagt 1,8% (inflatie over 2016 plus 1,5 %). Er geldt geen huursombenadering. Ook bij onzelfstandige woonruimte worden de maximale huurprijsgrenzen met het inflatiepercentage aangepast.

WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel

Elk jaar worden de bedragen waarmee de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel is versleuteld aangepast. Houdt daar rekening mee. Wij verwijzen voor de meest actuele bedragen naar een tweetal handige overzichten van het ministerie.