Een dag uit het leven van… Anne Maren Langeloo

Mijn werkdagen beginnen tegenwoordig vroeg. Waar ik vroeger relatief lang kon uitslapen en op mijn gemak naar kantoor kon fietsen, gaat mijn “wekker” nu om 06:30 uur. Dan staat mijn zoontje van anderhalf namelijk blij in zijn bedje te springen. Nadat ik hem heb afgezet bij het kinderdagverblijf, zit ik rond 08:30 uur achter mijn computer op kantoor. Of in de auto op weg naar een zitting, zoals afgelopen woensdag.

Die ochtend had ik een getuigenverhoor bij de rechtbank in Zaandam. Dat ging om een overlastzaak. Huurders van een woningcorporatie hebben al een paar jaar lang last van een andere huurder die vanuit zijn woning in drugs dealt, bij wie allerlei (vage) personen komen aanlopen die drugs komen halen en rondom wiens woning een constante wietgeur hangt. De woningcorporatie wil van deze overlastgevende huurder af en heeft bij de kantonrechter ontbinding van de huurovereenkomst gevorderd wegens slecht huurderschap. De kantonrechter heeft de woningcorporatie in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren van de overlast die wordt veroorzaakt en om die reden had de woningcorporatie twee bewoners gevraagd om als getuigen een verklaring af te leggen. Die woensdag moesten deze twee bewoners getuigen. Zij waren zenuwachtig, maar het is heel goed gegaan. Zij hebben hun verhaal goed kunnen vertellen en hebben de vragen van de rechter en van de advocaten duidelijk kunnen beantwoorden. De wederpartij is nu aan zet en mag op zijn beurt ook getuigen laten horen. Dat kan betekenen dat de uitkomst van deze zaak nog even op zich laat wachten.

Terug op kantoor ben ik achter de computer gekropen om in lopende zaken e-mails te beantwoorden en om telefoontjes te plegen met cliënten en advocaten van wederpartijen. Ik heb zaken lopen waarin ik onder meer moet adviseren over de Warmtewet, over de Wet op het overleg huurders verhuurders, over het beëindigen van huurovereenkomsten, over huurverhogingen en over geschillen binnen een VVE. En ik heb zittingen voor te bereiden, zoals een kort geding in verband met de sluiting van een gehuurde winkelruimte door de gemeente op grond van de Opiumwet en een comparitie van partijen over een vordering tot voortzetting van een huurovereenkomst na het overlijden van een huurder.

Direct na de lunch had ik een bespreking in een nieuwe zaak. Mijn cliënten verhuren een woning aan twee huurders, maar deze huurders betalen de huur voortdurend te laat of soms helemaal niet. Daarnaast houden de huurders tegen de afspraken in huisdieren, die ook nog eens niet worden uitgelaten en hun behoefte doen op het balkon. Buren klagen over geluids- en stankoverlast. En er is een vermoeden van onderhuur. Mijn cliënten willen van deze huurders af. Samen hebben we de situatie besproken en een plan van aanpak opgesteld. Ik ga eerst een ‘boze advocatenbrief’ sturen en zo nodig gaan we daarna procederen.

Na de bespreking heb ik de laatste hand gelegd aan het artikel dat ik heb geschreven voor het Tijdschrift voor Huurrecht (WR). Dat artikel gaat over de Wet doorstroming huurmarkt 2015 en de uitbreiding van de mogelijkheden om woningen tijdelijk te verhuren. De redactie van WR had het artikel goedgekeurd en stuurde mij nog een paar vragen en opmerkingen door. Deze vragen en opmerkingen heb ik in het stuk verwerkt en de definitieve versie is nu toegestuurd. Het artikel zal in het juni-nummer van WR worden geplaatst.

Toen zat mijn dag er al weer op. Ik heb nog een paar laatste dingetjes afgerond en ben daarna op de fiets gestapt en via het kinderdagverblijf naar huis gefietst. ’s Avonds heb ik nog even mijn laptop opengeslagen om mij voor te bereiden op de cursus Actualiteiten huurrecht woonruimte voor Vastgoed Business School. Deze cursus moest ik de volgende ochtend geven aan circa dertig makelaars. Dat was een prima vooruitzicht, want doceren vind ik leuk om te doen, zeker als er een actieve groep is met veel interactie.