Wetsontwerp bemiddelingskosten kamerbewoning

De wet beschermt huurders tegen belangenverstrengeling van de woningbemiddelaar (makelaar, verhuurkantoor etc.). Wanneer een bemiddelaar bij de verhuur van zelfstandige woonruimte optreedt voor zowel verhuurder als huurder (“dienen van twee heren”) mag hij daarvoor alleen bij de verhuurder bemiddelingskosten in rekening brengen. Bij bemiddeling voor kamerverhuur – denk aan studentenhuisvesting – mogen nu nog zowel bij de kamerhuurder als de kamerverhuurder bemiddelingskosten in rekening worden gebracht.

De uitzondering voor kamerverhuur is destijds (25 jaar geleden) opgenomen omdat de vrees bestond dat bemiddelaars zonder winstoogmerk, zoals studentenbemiddelingsbureaus, financieel niet konden rondkomen wanneer zij niet meer aan beide partijen bemiddelingskosten konden vragen. De verwachting was dat zonder de inschakeling van dergelijke bemiddelingsbureaus, verhuurders zelf hun kamers zouden gaan verhuren, waardoor het aanbod van geschikte woonruimte versnipperd zou raken en het voor de huurder lastig zou zijn een geschikte kamer te vinden. Door gebruik van internet voor het aanbieden en zoeken van woonruimte is deze situatie veranderd.

Op 20 mei 2014 is een wetsvoorstel tot wijziging van artikel 417 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ingediend ter consultatie. Daarin staat dat het dienen van twee heren ook bij kamerverhuur niet meer is toegestaan. Op 27 maart 2015 stemde de ministerraad in met het wetsontwerp dat vervolgens ter advisering naar de Raad van State is gestuurd. Daarna zal de Tweede Kamer zich over het wetsontwerp buigen.

Hoe de toelichting luidt bij het wetsontwerp dat nu naar de Raad van State is gestuurd is nog onbekend. De – zeer summiere – toelichting bij het wetsontwerp in de consultatiefase is wel bekend. Daarin stond onder meer dat het presenteren van woningaanbod op het internet een daad van bemiddeling is, zodat de makelaar geen courtage mag vragen van de woningzoekende die later op dat internet-aanbod reageert.

Wij hebben ons er vorig jaar al over verbaasd dat het wetsontwerp zelf op dit punt geen duidelijkheid verschaft. Immers hierover worden de laatste twee jaar talloze, veel geld kostende, procedures gevoerd tussen huurders en makelaars, zonder dat er een lijn in de rechtspraak is te zien.

Wij denken dat het onjuist is om in een onlinepresentatie van woonruimte een opdracht tot bemiddeling te lezen (zeker als wordt aangetoond dat die opdracht er niet is). In onze vorige nieuwsbrief wezen wij op een recente uitspraak van de Haagse rechtbank die over deze kwestie prejudiciële vragen aan de Hoge Raad heeft gesteld. Hopelijk krijgen we hier binnenkort eindelijk duidelijkheid over.

Wij houden u op de hoogte.